Jeugd Wielrennen bij de Hoekse Renners
Het jeugd wielrennen is een sport waarbij de kinderen de strijd aangaan met de elementen van wind ,regen,zon,parkoers van verschillende lengtes,klimmen,bochtig,stenen,asfalt.De jeugd wordt daarbij ook ingedeeld in de zelfde leeftijd categorie, de meisjes zijn een categorie lager zijn ingedeeld.Het trainen van de jeugd bij de hoekse renners doe ik zelf al vanaf 1998, waarbij ik ben begonnen om te assisteren bij de trainingen.
Doordat het virus wielrennen bij mij was toegeslagen heb in 2001 bij de KNWU een diploma gehaald van Wielrentrainer A .
Mijn motivatie is elk jeugdlid van de Hoekse Renners zodanig te laten functioneren dat het kind plezier heeft in zijn sportbeoefening. In overleg met meerdere hulptrainers die bij de jeugd helpen proberen we de jeugd bij de Hoekse Renners op de juiste wijze te trainen.
Elk jeugdlid wordt daarbij in sterkte/capaciteit ingedeeld.Het wedstrijd rijden met andere kinderen van andere clubs is daarbij ook het mooie van jeugd wielrennen .Je krachten meten met andere.
Mels Goud,
Jeugdwielrentrainer de Hoekse Renners
Het begin als jeugdwielrenner
Je mag als jeugdwielrenner beginnen in het jaar dat je 7 jaar oud wordt.
Je behoeft dus niet te wachten tot je 7de verjaardag; het kan al op Nieuwjaarsdag ingaan.
Maar, op die jonge leeftijd mag je alleen meedoen aan trainingen op de club, nog niet aan echte wedstrijden.
Echte wedstrijden mag je gaan rijden in het jaar dat je 8 jaar oud wordt.
Of eigenlijk al iets ieder.
Want als je volgend jaar 8 jaar wordt, mag je dit jaar, als in oktober de veldrittoernooien beginnen, al in echte wedstrijden door de modder gaan ploeteren.
Wil je gaan wielrennen? Ga dan eerst eens kijken bij een wielerclub.
Kijk eens hoe het daar aan toe gaat.
Worden er bijvoorbeeld voor de jeugd trainingen verzorgd?
Wordt er getraind op een veilig parkoers, of op de openbare weg? Steeds meer clubs hebben een speciaal aangelegd, veilig clubparkoers.
Is er een deskundige, goed opgeleide trainer? De sportbond voor het wielrennen, de KNWU, geeft cursussen voor trainers.
Moet de trainer / jeugdleider alles alleen doen, of is er een jeugdcommissie met veel enthousiaste mensen?
Moet je de wedstrijdkleding zelf kopen, of krijg je die van de club?
Kun je bij de club een racefiets huren, of moet je die kopen?
Is die club er alleen maar voor het wielrennen, of wordt er ook nog iets anders voor de jeugd gedaan?
Veel clubs gaan wel eens een daagje naar een pretpark of een weekeinde naar een jeugdherberg. Of doen andere leuke of leerzame dingen.
Kijk vooral ook naar de kinderen die al lid zijn. Hebben ze plezier met elkaar of gaat ieder zijn eigen gang?
Als je een club hebt gevonden die je bevalt, dan meld je je aan als lid.
Je kunt dan kiezen: je blijft alleen maar lid, of je vraagt een KNWU-licentie aan.
Ben je alleen maar lid, dan krijg je van de KNWU een lidmaatschapskaart, je bent dan zogenaamd basislid.
Als je basislid bent, mag je meedoen aan trainingen en clubwedstrijden in het district waartoe je club behoort.
Een licentie kun je pas krijgen in het jaar dat je 8 jaar wordt.
Zo'n licentie is een plastic kaartje, net zo groot is als een bankpasje.
Als je zo'n licentie eenmaal hebt, mag je aan landelijke jeugdtoernooien meedoen.
Op die licentie staan onder andere je pasfoto, je naam en adres, de naam van je club en je licentienummer.
Voordat je aan wedstrijden mee gaat doen, moet je zelf je handtekening op je licentie zetten.
Dat is belangrijk, want als je handtekening er niet op staat, ben je niet verzekerd.
Je jeugdleider moet de licenties laten zien als hij de rugnummers af gaat halen.
Je hebt misschien wel eens gezien dat oudere renners zelf hun rugnummer af gaan halen bij de organisatie.
Bij jeugdwedstrijden doet de jeugdleider dat.
Als jeugdrenner ga je dan je rugnummer afhalen bij je eigen jeugdleider.
Als je voor de eerste keer een licentie aanschaft, moet je ook een chip kopen, of huren. Die moet bevestigd worden aan de voorvork van je fiets, zo dicht mogelijk bij de as van het voorwiel. Dankzij die chip kan de jury met de computer gemakkelijker en sneller de uitslag opmaken.
Voor wat betreft de eerder genoemde rugnummers, hebben we nog een goede raad:
het kan wel eens voorkomen dat je aan het eind van een wedstrijd voorin eindigde, en toch niet in de uitslag staat.
Dat is niet altijd de schuld van de jury.
Het kan ook je eigen schuld zijn !
Als je rugnummer zo slecht is opgespeld dat het niet te lezen is, kun je de jury niets kwalijk nemen.
Het nummer zit dan te hoog, aan de verkeerde kant, of te ver naar de goede kant waardoor het gaat plooien.
De juiste manier: vanuit het midden van de rug enkele centimeters naar de kant van de jurywagen, onderkant rugnummer gelijk met onderkant shirt en goed glad.
Sommige shirts hebben aan de onderkant elastiek waardoor het shirt omhoog kruipt. Doe het rugnummer dan iets hoger, zodat het glad blijft zitten.
Dat lijkt misschien wat overdreven nu er met die chips gereden wordt, maar je weet maar nooit, er kan altijd iets mis gaan.
Als je nog geen racefiets hebt, stap dan niet naar de eerste de beste winkel om er een te kopen.
Informeer eerst bij je club.
Een wedstrijdfiets moet namelijk aan bepaalde eisen voldoen. Niet iedere fietsverkoper weet dat.
Hetzelfde geldt voor de kleding en de valhelm die je tijdens een wedstrijd moet dragen.
Dus: eerst bij je club vragen stellen, dan pas kopen !
Misschien krijg je de kleding wel van je club, en kun je bij je club een fiets huren.
Bij echte jeugdtoernooien is de jongste renner 7 jaar oud, de oudste 14.
Uiteraard rijden 7- en 14-jarigen niet tegen elkaar.
Iedere leeftijdsgroep heeft een eigen wedstrijd.
De jeugd is daarom onderverdeeld in de categorieën 1 tot en met 7.
Als je wilt weten tot welke categorie je behoort, zie categorie indeling.
Als je eenmaal wat wedstrijdjes hebt gereden, kom je misschien tot de ontdekking dat het niet meevalt.
Wielrennen is een zware sport.
Maar geef het niet te snel op !
Als je goed je best doet, zal het steeds beter gaan.
Jeugdwedstrijden
De jeugdwedstrijden worden onderverdeeld in categorieën:
• Categorie II-wedstrijden:
o Nationale Kampioenschappen (afgekort: NK)
o landelijk jeugdwielerfestijn (afgekort: LJWF)
o jeugdtoernooien waarin je je kunt plaatsen voor een NK (iedereen zegt gewoon: selectiewedstrijden)
o "klassiekers" (eigenlijk heten die "eendaagse wegwedstrijden", maar dat wordt alleen gezegd door mensen die er voor hebben geleerd)
o vakantiekampen
o jeugdtoernooien
• Categorie IV-wedstrijden
o Club- en interclubwedstrijden
Je jeugdleider heeft een lijst van de wedstrijden waaraan je mee kunt doen.
Zo'n lijst noemt men een wedstrijdkalender.
Als je mee wilt doen aan een wedstrijd in het buitenland, moet je club daarvoor toestemming vragen aan de consul.
De consul is iemand die, namens de KNWU, in je district de wedstrijdzaken regelt.
Jeugdlicenties
Tot 2010 bestonden er drie soorten jeugdlicenties, nu nog maar één.
Ook de zogenaamde daglicenties bestaan niet meer.
Met een jeugdlicentie mag je meedoen aan alle soorten jeugdwedstrijden.
Heb je geen jeugdlicentie, maar ben je wel basislid, dan mag je meedoen aan categorie IV-wedstrijden in het district waartoe je club behoort.
Tot 2010 werden licenties aan het einde van het jaar automatisch verlengd, tenzij je hem opzegde.
Dat is niet meer, je moet hem nu ieder jaar zelf opnieuw aanvragen.
Categorie-indeling
De jeugd wordt onderverdeeld in leeftijdsgroepen.
Zo'n leeftijdsgroep noemt men een categorie.
Je hebt de categorieën 1 tot en met 7.
Word je in de loop van het jaar 8 jaar oud, dan rijd je het gehele jaar in categorie 1.
Ieder jaar ga je een categorie hoger rijden.
In het jaar dat je 14 wordt, rijdt je dan in categorie 7.
Maar meisjes rijden een categorie lager dan even oude jongens.
Een meisje kan dus twee jaar in categorie 1 rijden, want in het jaar dat ze 9 jaar oud wordt, mag ze ook nog in categorie 1.
We zullen even een tabel maken:
1 Jongens in het jaar dat ze acht worden
Meisjes in het jaar dat ze acht worden
Meisjes in het jaar dat ze negen worden
2 Jongens in het jaar dat ze negen worden
Meisjes in het jaar dat ze tien worden
3 Jongens in het jaar dat ze tien worden
Meisjes in het jaar dat ze elf worden
4 Jongens in het jaar dat ze elf worden
Meisjes in het jaar dat ze twaalf worden
5 Jongens in het jaar dat ze twaalf worden
Meisjes in het jaar dat ze dertien worden
6 Jongens in het jaar dat ze dertien worden
Meisjes in het jaar dat ze veertien worden
7 Jongens in het jaar dat ze veertien worden
Overigens zijn tijdens clubwedstrijden de regels veel soepeler.
Daar bepaalt de club de categorie-indeling.
Zo wordt er soms voor gekozen renners van gelijke sterkte tegen elkaar te laten rijden, en is de leeftijd minder belangrijk.
Let echter op het volgende: als je 's-winters aan baanwedstrijden of veldritten meedoet, ga je al over naar de volgende categorie als die wedstrijden beginnen.
Je rijdt dan het gehele baan- of veldritseizoen in dezelfde categorie, en behoeft niet tussentijds over.
We zullen met een voorbeeld duidelijk maken hoe het werkt.
Stel dat je in de loop van dit jaar 12 jaar oud wordt.
Als je een jongen bent, rijd je dan het gehele wegseizoen in categorie 5.
Maar in oktober, als je mee gaat doen aan baanwedstrijden of veldritten, moet je rijden in categorie 6.
Ben je een meisje, dan rijd je een categorie lager.
Dus als je dit jaar 12 jaar wordt, dan op de weg in categorie 4, en komende winter op de baan of in het veld in categorie 5.
Als je volgend jaar 8 jaar wordt, mag je dit najaar al aan veldritten en baanwedstrijden meedoen, in categorie 1.
Je zou dus voor de laatste drie maanden nog een licentie kunnen nemen.
Dispensaties
Als je veel wedstrijden wint, wil je misschien liever in een hogere categorie meedoen.
Je club kan dan aan de consul vragen of je één categorie hoger mag rijden.
Dat noemt men "dispensatie aanvragen".
Hou er wel rekening mee, dat je dit niet ongedaan kunt maken.
Als je in een hogere categorie rijdt, moet je daar in blijven tot het veldritseizoen begint.
Zodra het veldritseizoen begint, kun je in dezelfde categorie blijven, of opnieuw dispensatie aanvragen.
Je club kan ook dispensatie voor je aanvragen om in een lagere categorie te rijden.
Daar zijn regels voor.
Je moet dan in drie achtereenvolgende jeugdtoernooien een achterstand van meer dan een ronde (of ± 1 km) hebben opgelopen.
De dispensatie kan ook worden ingetrokken.
Dat gebeurt als je in drie jeugdtoernooien bij de eerste vijf in de uitslag voorkomt.
Natuurlijk mag je ook zelf de dispensatie in laten trekken.
De dispensatieregels zijn tegenwoordig voor jongens en meisjes hetzelfde.
Nog maar eens twee voorbeelden:
Een jongen die in de loop van het jaar 12 jaar wordt, rijdt normaal in categorie 5, en kan dispensatie krijgen om in categorie 4 of 6 te rijden.
Een meisje dat 12 jaar wordt, rijdt normaal in categorie 4, en kan dispensatie krijgen om in categorie 3 of 5 te rijden.
Inschrijven voor wedstrijden
Als je mee wilt doen aan een wedstrijd, moet je club je daar voor inschrijven.
Zelf mag je niet inschrijven !
Natuurlijk moet je wel aan je jeugdleider laten weten aan welke wedstrijden je mee wilt doen.
Dat inschrijven moet ten minste vier weken voor de wedstrijd gebeuren.
Het is voor de organisator van een wedstrijd erg vervelend als veel renners wegblijven, of als er (op het laatste moment) veel moeten worden bijgeschreven.
Als je dus aan je jeugdleider had laten weten dat je mee zou doen, en je kan toch niet, zeg dat dan zo gauw mogelijk tegen hem.
Dat moet ook als je niet mee zou doen, maar bij nader inzien toch weer wel.
Je jeugdleider kan dat dan tijdig aan de organisator laten weten.
Jeugdrenners mogen, reglementair gezien, iedere dag aan één wedstrijd deelnemen.
Natuurlijk betekent dat niet dat de KNWU het verstandig vindt als een jeugdrenner iedere dag aan een wedstrijd mee doet.
Ieder mens heeft van tijd tot tijd rust nodig, en jeugd zelfs wat meer.
Van een wedstrijd wordt je niet alleen lichamelijk moe, het brengt ook spanning met zich mee. Ook daarvan moet je bijkomen !
Aantallen deelnemers
Tijdens jeugdwedstrijden mogen per categorie of serie maximaal de volgende aantallen renners deelnemen:
categorie weg veldrijden baan
1 35 35 8
2 35 35 8
3 45 45 12
4 50 50 12
5 55 55 16
6 65 65 16
7 75 75 20
Afhankelijk van het parkoers kan de consul deze maximale aantallen verhogen of verlagen.
Rijwielen
Er zijn geen speciale regels voor de fietsen waarmee de jeugd aan wedstrijden meedoet.
Ze moeten aan dezelfde eisen voldoen als de fiets van bijv. een nieuweling.
Het moet echter wel een traditionele racefiets zijn, ook bij tijdritten.
Tijdritfietsen zijn dus niet toegestaan.
Ook bijzondere voorzieningen, zoals opzetsturen of dichte wielen, zijn verboden.
Wielen moeten ten minste 12 spaken hebben.
Aan regionale veldritten mag ook met een mountainbike worden deelgenomen.
Wil je precies weten aan welke eisen een fiets moet voldoen? Kijk dan eens in het reglement (www.knwu.nl ) vanaf artikel 1.3.001
Toegestane verzetten
Een fiets heeft een zogenaamd "verzet".
Dat is de afstand die de fiets aflegt als de trapas precies één keer ronddraait.
Als je een heel groot voortandwiel en een heel klein achtertandwiel hebt, dan legt de fiets een grote afstand af.
Men zegt dan dat je een zwaar verzet hebt.
Als jeugdrenner mag je niet met een zwaar verzet rijden.
Je verzet mag niet zwaarder zijn dan:
categorie weg baan veldrijden
1 5,46 m 5,46 m 5,22 m
2 5,46 m 5,46 m 5,22 m
3 5,78 m 5,78 m 5,52 m
4 5,78 m 5,78 m 5,52 m
5 6,14 m 6,14 m 5,87 m
6 6,14 m 6,14 m 5,87 m
7 6,55 m 6,55 m 6,26 m
Vaak wordt door de jury gecontroleerd of je verzet niet te zwaar is.
Die controle kan voor of na de wedstrijd plaatsvinden.
De jury maakt daarbij gebruik van een meetlat.
Je ketting wordt eerst op het grootste voortandwiel en het kleinste achtertandwiel gelegd.
Daarna wordt je fiets achteruit gereden totdat de trapas precies één keer rond is gedraaid.
Op de meetlat is dan te zien hoe zwaar je verzet is.
Let op: als je een andere band op het achterwiel legt die wat hoger of lager is dan de vorige, verandert je verzet !
Dat kan aardig doortellen, want als de band 3 mm hoger is, wordt het verzet al bijna 2 cm zwaarder.
Het verzet dat op een fiets zit, kun je ook uitrekenen:
neem de werkelijke omtrek van het achterwiel met opgepompte band (dus even opmeten door een meetlint rond het wiel te trekken),
vermenigvuldig dit met het aantal tanden van het voortandwiel,
en deel de uitkomst door het aantal tanden van het achtertandwiel.
Het kan ook andersom:
vermenigvuldig het aantal tanden van het achtertandwiel met het toegestane verzet,
en deel de uitkomst door de wielomtrek; afgerond naar beneden heb je dan het maximale aantal tanden van het voortandwiel.
Of:
vermenigvuldig het aantal tanden van het voortandwiel met de wielomtrek,
en deel de uitkomst door het toegestane verzet;
afgerond naar boven heb je dan het minimale aantal tanden op het achtertandwiel.
Tabel verzetten/tandwielen
categorie
Leeftijd (jaar) Max. afstand per pedaalslag (meter) Verzet-advies voor de weg bij bandomtrek van : Max. afstand en aantal deelnemers in weg-wedstrijden
Jongens meisjes weg veld 213 mm 211 mm km aantal
1 7 of 8 7, 8 of 9 5,46 5,22 46 x 18 -- 6 35
2 9 10 5,46 5,22 46 x 18 -- 8 35
3 10 11 5,78 5,52 46 x 17 52 x 19 12 45
4 11 12 5,78 5,52 46 x 17 52 x 19 15 50
5 12 13 6,14 5,78 46 x 16 52 x 18 20 55
6 13 14 6,14 5,78 46 x 16 52 x 18 25 65
7 14 -- 6,55 6,26 46 x 15 52 x 17 30 75
Een keuze uit twee adviezen voor het verzet. Met de ‘213 mm’-kolom zit men altijd goed (KNWU advies).
De ‘211 mm’-kolom is erbij gezet omdat het 52-tands voor-tandwiel hèt blad is bij de ‘ouderen’. Het betekent wel even opletten bij het kopen van buitenbanden. Deze mogen niet te dik zijn want dan komt men met de omtrek over de 211 mm - en daarmee over de maximale afstand per pedaalslag - en daarmee ontdekt worden betekent onherroepelijk een startverbod vóór een wedstrijd en diskwalificatie na een wedstrijd.
Materiaalverzorging tijdens wedstrijden.
Het kan gebeuren dat je tijdens een wegwedstrijd pech krijgt met je fiets, of dat je valt.
Als je behoort tot categorie 1, 2, 3 of 4, en je krijgt pech tijdens het eerste gedeelte van je wedstrijd, dan mag je meedoen bij de volgende categorie of serie.
Maar: je wordt dan niet in de uitslag opgenomen. Ook zul je wat eerder de wedstrijd moeten verlaten.
Dat noemt men "buiten mededinging meedoen".
Buiten mededinging meedoen mag overigens niet bij Nationale Kampioenschappen.
Als je behoort tot categorie 5, 6 of 7 is het anders geregeld.
Je mag dan van materiaal verwisselen.
Je kunt een ander wiel in je fiets zetten, of desnoods een andere fiets nemen.
Let er wel op dat je nog steeds het goede verzet hebt !
Als het parkoers korter is dan 2½ km, behoef je zelfs geen haast te maken.
In dat geval heb je recht op een ronde vergoeding.
Dat betekent dat je een rondje mag overslaan en weer aansluiten bij de groep waarin je zat.
Maar: dat mag weer niet tijdens de laatste 5 km en de laatste 5 ronden. Dan moet je snel verwisselen en direct verder rijden.
Er zit echter een addertje onder het gras: de jury moet hebben gezien dat je pech hebt.
Het reglement zegt dat de pech door de jury moet zijn geconstateerd en erkend.
Ook moet je verwisselen op een door de jury of organisatie aangewezen plaats, de zogenaamde "materiaalverzorgingsplaats".
Als de pech je eigen schuld is, bijv. omdat moeren niet goed vastzaten, dan kan de jury weigeren je een ronde vergoeding te geven.
En als je valt? Dan geldt hetzelfde als bij materiaalpech. Natuurlijk moet het voor de jury duidelijk zijn dat je echt bent gevallen.
En als je voor de tweede keer pech krijgt of valt?
Dat is dubbel pech.
Dan moet je (als dat gaat) direct verder rijden, want je mag maar één keer een rondje overslaan.
Bij veldritten is het iets anders geregeld.
Als je tot categorie 5, 6 of 7 behoort, mag je tijdens veldritten van materiaal verwisselen.
Dat mag ook als je fiets vuil is. Het is dus niet nodig dat je pech hebt.
Ook hier moet het verwisselen van materiaal gebeuren op de door de jury of organisatie aangewezen materiaalpost. (Dit mag ook een dubbele materiaalpost zijn.)
Let op: wisseling van materiaal mag alleen geschieden in de “pitsstraat”, en als je door de "pitsstraat" rijdt, moet je ook van materiaal verwisselen. Anders mag je er niet doorheen rijden !!
Voor aanvang van de wedstrijd vindt er materiaalcontrole en fietsmarkering plaats. Ook de “wisselfiets” of achterwiel moet ter controle worden aangeboden.
Je mag niet met een mountainbike deelnemen aan de selectiewedstrijden en/of het Nederlands Kampioenschap.
Je hebt bij veldritten nooit recht op een ronde vergoeding.
Andere verzorging, bijv. het aanreiken van een bidon tijdens de wedstrijd, is nooit toegestaan.
Afstanden jeugdwedstrijden
Maximale afstanden jeugdwedstrijden
Categorie Criterium Tijdrit Ploegentijdrit Veldritten
1 6 km 2 km 4 km 10 minuten
2 8 km 3 km 6 km 12 minuten
3 12 km 4 km 8 km 15 minuten
4 15 km 6 km 10 km 17 minuten
5 20 km 8 km 12 km 20 minuten
6 25 km 10 km 14 km 22 minuten
7 30 km 12 km 16 km 25 minuten
Prijzen
Jeugd mag uitsluitend rijden om ereprijzen (bekers, standaards, medailles e.d.) met een maximale afmeting van 25 cm (in elke willekeurige richting).
Per 5 deelnemers dient minimaal een eindprijs beschikbaar te zijn.
Tijdens de landelijke toernooien dient voor de eerste drie aankomende meisjes in de categorieën 5, 6 en 7 een extra prijs beschikbaar te zijn.
Nationale Kampioenschappen
Nationale Kampioenschappen op de weg
Eén keer per jaar worden er Nationale Kampioenschappen op de weg gehouden.
Daaraan mag alleen jeugd met een licentie meedoen, dus niet iemand die alleen basislid is.
Omdat er veel meer jongens zijn dan er aan het Nationaal Kampioenschap mee kunnen doen, moeten die zich daarvoor plaatsen.
Ieder district krijgt, per categorie, een aantal plaatsen op het NK toegewezen, in verhouding tot het aantal renners dat het district heeft.
Ieder district mag zelf bepalen op welke wijze men de renners selecteert. Het kan dus zijn dat het ene district een andere regeling heeft dan het andere district.
Als een jongen dispensatie heeft om in een lagere of hogere categorie te rijden, heeft dat gevolgen.
Bijvoorbeeld:
Een jongen die in de loop van het jaar 12 jaar wordt, kan zich plaatsen voor het kampioenschap voor categorie 5.
Als hij met dispensatie in categorie 4 rijdt, kan hij zich niet plaatsen voor het NK.
Als hij met dispensatie in categorie 6 rijdt, kan hij zich plaatsen voor het NK voor categorie 6.
Als je mee mag doen aan het Nationaal Kampioenschap, krijg je van de KNWU een uitnodiging.
Alle meisjes met een licentie mogen meedoen aan het NK.
Zij behoeven zich dus niet te plaatsen.
Er is echter een extra voorwaarde:
zij moeten ten minste eenmaal aan een jeugdtoernooi hebben deelgenomen.
Let er wel op dat meisjes mee moeten doen aan het Nationaal Kampioenschap voor hun eigen leeftijd, ook als ze tijdens andere wedstrijden in een lagere of hogere categorie rijden.
Bijvoorbeeld:
Alle meisjes die in de loop van het jaar 12 jaar worden, doen mee aan het kampioenschap voor 12-jarige meisjes.
Zij mogen dan rijden met het verzet van categorie 5
Nationale kampioenschappen veldrijden
Tot nu toe behoefde je je daarvoor niet te plaatsen. Iedereen met een licentie mag meedoen.
Tijdens de veldritten op de KNWU-kalender kun je punten verdienen.
Die punten worden bij elkaar opgeteld.
Wie de meeste punten heeft, mag bij de start van het NK vooraan staan. Bij het veldrijden is dat een groot voordeel !
Nationale kampioenschappen op de baan
Dit kampioenschap wordt verreden in omniumvorm, voor de categorieën 6 en 7.
Een omnium is een wedstrijd die bestaat uit twee of meer wedstrijdjes.
Je kunt daarin punten verdienen.
Nadat de punten zijn opgeteld, is bekend wie kampioen is geworden.
Baanwielrennen is een vak apart. Ga dus niet aan dit kampioenschap meedoen als je nog nooit op een baan hebt gereden.
Renners op achterstand
Renners die achterop zijn geraakt, kunnen terecht komen in de eindsprint van de kopgroep of het peloton.
Dat kan gevaarlijk zijn en verwarring veroorzaken.
De jury zal daarom deze renners vaak iets eerder af laten stappen of af laten sprinten.
Er wordt wel eens beweerd dat alleen gedubbelde renners uit de wedstrijd mogen worden gehaald. Dat is dus niet zo !
Bron. KNWU